Recente verhalen

‘Thevar’s Biryaani’

Thanjavur – India

Van buiten oogt het eethuis aan de Gandhiji Road als een visrestaurantje op een Grieks eiland. Het is de felblauwe kleur van de voorgevel. Eén grote pot verf voor alles behalve de gele letters op de ramen en het rode Coca-Cola uithangbord. Boven de luifel hangt een bord zo breed en hoog als de resterende gevel met in vette blokletters THEVAR’S BIRYAANI. Boven de Engelse naam staat dezelfde tekst in sierlijke Hindi-krullen. Tenminste, dat neem ik aan.
We hebben het middelste tafeltje aan de wand genomen. Een strategische plek met zicht op wat er gebeurt, al is dat vooralsnog niet sensationeel te noemen.
Aan een korte toonbank tegen de voorgevel zit een man met een indrukwekkende snor in gepeins verzonken naar de grond te staren. Althans, dat dacht ik. Later zie ik dat hij bezig is met een telefoontje waarvan hij het schermpje blijkbaar alleen kan lezen als hij het apparaatje ver weg tussen zijn benen houdt. De grote kassa is slechts decoratie, het display is zwart en zo te zien wordt met het bakbeest helemaal niets gedaan.
Aan de wand tegenover ons zit een Indiër en daarmee zijn er drie klanten. In het restaurant staan zes tafels met daarop grote kannen met water en stapeltjes metalen bekers. Boven elke tafel hangt een ventilator. De hele ruimte is niet groter dan zo’n vijf bij tien meter. We zitten per definitie overal dichtbij, zo ook bij de ingang waarvan de deur open staat. Zo te horen moet in Thanjavur iedere weggebruiker die over een claxon beschikt deze ook voortdurend gebruiken.
Zojuist werden we opgeschrikt door een motorrijder die pal voor de open deur stilhield. Alsof hij op het laatste nippertje bedacht toch maar niet met zijn motor het restaurant binnen te rijden. Daarna heeft hij vijf minuten met draaiende motor en een verblindende koplamp het hele interieur in de schijnwerpers gezet. Op verzoek van de snor is hij daarna een eindje verderop gaan staan.

De ober heeft zojuist voor ons elk een plastic placemat op de tafel gelegd en twee metalen bekers op de papieren servetjes gezet om te voorkomen dat ze door de ventilator worden weggeblazen. De gifgroene placemats moeten bananenbladeren voorstellen. Nep, maar zo zijn ze vaker te gebruiken. De borden en het bestek zullen zo komen.
De Indiër tegenover ons heeft tot drie keer toe de jongen die hem bedient met de kan water en de bekers teruggestuurd. Wat er steeds niet goed was, weet ik niet. De manier waarop hij de ober telkens afblafte en wegstuurde was zo arrogant en vernederend dat ik me bijna niet stil kon houden. Elke keer was de arme jongen nog niet met de staart tussen de benen afgedropen, of de man ging meteen weer verder met zijn telefoontje. Inmiddels staat er water en heeft hij een beker die naar de zin is. Hij vult steeds zelf zijn beker bij uit de kan met ongetwijfeld kraanwater. Wij krijgen zonder dat we erom hebben gevraagd een fles water uit de koelkast – bij Thevar hebben ze vaker toeristen te eten gehad.
Als de man die ons bedient met de eenvoudige kaart langs komt, blijft hij staan tot we een keuze hebben gemaakt. Het wordt een kip-biryani en een butter chicken met chapati’s.

Als de gerechten komen, hebben we nog geen borden en bestek. Terwijl we zitten te wachten zie ik dat de Indiër tegenover ons al zit eten. Aha, zo moet dat dus. Goed voorbeeld doet goed volgen. Jelly kijkt me verbaasd aan als ik een kwak kippenprut op mijn placemat gooi. Een schep biryani erbij en met een stukje chapati als schepje lepel ik de eerste happen naar binnen. Het valt eerst niet mee om alleen je rechterhand te gebruiken, maar na een poosje gaat het beter. De plastic placemat is je bord en je rechterhand is je bestek. Heerlijk! Ik voel me een balorige peuter die zojuist zijn bord met eten voor zich op tafel heeft omgekeerd.
Ik hoorde eens iemand beweren dat eten met je handen de beste manier is om te voorkomen dat je je mond brandt. Het eten met alleen je rechterhand heeft nog een voordeel: terwijl ons lichtend voorbeeld in Indiase tafelmanieren met zijn rechterhand het eten naar binnen schuift, handelt hij berichtjes af op het telefoontje dat hij vanaf het moment dat hij binnenkwam in de linkerhand heeft gehouden.
De ober komt langs met een metalen houder met drie emmertjes en schept ongevraagd een grote kwak raita op onze bananenbladeren. Het is een lekkere mix van yoghurt met rauwe ui, wortel en de onvermijdelijke kurkuma. Het geheel wordt er alleen wat drassig van – de grootste tekortkoming van de placemat lijkt te worden dat hij geen opstaande randen heeft. De man gunt ons een korte blik in de andere emmers maar haast zich bij voorbaat te melden dat het very spicy is. Hij wacht onze reactie niet eens af en vertrekt weer. Zoals gezegd, hij heeft eerder toeristen in zijn restaurant gehad.

Het eten was simpel maar voortreffelijk. Onder het natafelen zit ik de geweldige ambiance in me op te nemen. Op de koelkast staat een grote kalender verstrekt door het speciality hospital thanjavur, zoals er met vette rode letters op staat. De specialiteit van het ziekenhuis zal toch niet darmproblemen-na-het-eten-van-biryani’s zijn? – was dat niet in Agra of Varanasi waar privéklinieken restaurants betaalden om mensen ziek te maken?
Als ik mijn hand opsteek, staat de ober binnen drie seconden naast ons tafeltje. Bijna zeven euro voor ons samen, inclusief de grote fles koud water. Indiërs eten hier waarschijnlijk een warme maaltijd inclusief leidingwater voor twee euro.