Verhalen 2019

Op theevisite bij de Flintstones

Bhalil – Marokko

Op een parkeerstrook aan de rivier, net buiten Bhalil – een Berberdorpje vijftien kilometer ten zuiden van Fez, rollen we uit ons busje en worden we meteen welkom geheten door een vriendelijke jongeman. Het is de ‘plaatselijke gids’ die ons door zijn dorp zal leiden, en met hem zullen we een van de grotwoningen bezoeken waar Bhalil om bekend is.
We lopen langs de rivier naar het centrum en komen langs muren waarop grote genummerde vakken zijn geschilderd. Je ziet het meer in Marokko: het zijn de bill boards waar verkiezingsposters mogen worden geplakt – de muren zijn kaal, er zijn geen verkiezingen op komst. Naarmate we verder komen, raakt de rivier steeds meer ingemetseld en op het kleine dorpsplein aangekomen lijkt hij met zijn kademuurtjes en boogbruggetjes een mini-stadsgracht geworden.
Bij een wasplaats aan het water doen vrouwen de was en de afwas. Het lijkt de plek waar nieuwtjes en roddels worden uitgewisseld. Zoals je in Marokko geen vrouw in een café ziet, zo zie je geen man bij een wasplaats – waarmee ik niet wil beweren dat Marokkaanse vrouwen niet naar een café zouden willen gaan. Of dat mannen niet zouden roddelen.
Rondom het centrale plein zitten een paar winkeltjes, aan de luifels hangt koopwaar. Bij de kruidenier staan knalrode Colakratten hoog tegen de gevel opgestapeld. De mensen die voor hun huizen op de stoep zitten, groeten vriendelijk als hun dorpsgenoot, met weer eens een horde toeristen in zijn kielzog, voorbijkomt. In de zijstraat zijn vrouwen met kleine elektromotoren draden aan het twisten. In meterslange bundels hangen ze boven ons, we moeten oppassen dat we er als lange Nederlanders niet tegenaan lopen.
Alle huizen zijn opgetrokken uit stenen en keien. Het pittoreske plein is ermee bestraat, evenals de paden en de muurtjes aan weerszijden. Naarmate we hoger komen, wordt de rivier steeds meer aan het oog onttrokken. Boven, aan het eind van het pad bevindt zich de rotswoning.

De huiskamer is net groot genoeg om onze groep te herbergen. Als we allemaal op een bank of krukje hebben plaatsgenomen krijgen we muntthee en vertelt de ingehuurde gids het een en ander over het leven in Bhalil, en in het bijzonder over deze woning in de rotsen. Hoewel de man beter Engels spreekt dan onze eigen Marokkaanse reisleider, kan Ahmed het niet laten om het verhaal hier en daar wat aan te vullen: ten overvloede herhaalt hij nog eens dat de ruimte naast het vertrek waar we zitten, de slaapkamer is.
Het gezin dat er nu woont is de negende generatie die in de rots bivakkeert. Het ‘huis’ gaat over van geslacht op geslacht.
Het betekent niet alleen dat je met je ouders onder één dak woont tot de dood hen van jouw gezin scheidt. Met je vrouw en kinderen een idyllisch pandje beneden aan het plein, of een vrijstaand bungalowtje aan de rand van Bhalil betrekken, is ook niet aan de orde.

Ik had mezelf weer eens op het verkeerde been gezet door ‘rotswoningen’ te associëren met Flintstones in dierenvellen: Fred op een stenen stoel met zijn knuppel binnen handbereik, en Pebbles in de stenen box. In deze geriefelijk ingerichte woning is niet veel dat aan de legendarische villa in Bedrock herinnert. Wilma is een mollige vrouw met een hoofddoek en ingepakt tot aan haar schoenen, en Fred gaat niet gekleed in dierenhuiden, maar draagt een overhemd boven een nette pantalon.
Alleen aan het plafond en aan stukken muur kun je zien dat je in een grot zit. En de afwezigheid van ramen of andere openingen natuurlijk. Aan de voorkant is een royaal kozijn met een deur geplaatst. Het is niet de fraaiste buitengevel die ik ooit gezien heb, maar het is duidelijk dat deze mensen minder geld kwijt zijn aan het buitenschilderwerk dan wij thuis.
Misschien zijn we toevallig niet bij de armste familie in Bhalil binnengestapt, het zou ook kunnen dat het regelmatig ontvangen van buitenlandse toeristen een lucratieve gastvrijheid is: tegen de wand staat een grote koel-vriescombinatie met ernaast een meubel met TV, videorecorder, CD speler en een pompeuze stereo-installatie.

Onze gastvrouw heeft ‘versieringen’ rondom de kin en hals getatoeëerd. Het opzettelijk lelijk maken van je vrouw middels getatoeëerde snorren en baarden was de manier waarop de bij voorbaat jaloerse echtgenoot zijn bezit brandmerkte en daarmee onaantrekkelijk maakte voor mogelijke rivalen. Een merkwaardige manier om je geliefde veilig te stellen, als je het mij vraagt.
Toen we een paar dagen geleden een als zodanig bewerkte vrouw tegenkwamen, vertelde Ahmed dat Hassan II (de vader van de huidige koning Mohammed VI) de mutilaties heeft verboden. Op een reactie van iemand dat de dictator dan ook nog iets goeds heeft gedaan, reageerde Ahmed verontwaardigd: Hassan II was helemaal niet zo slecht als alom wordt beweerd! Hassan ll een dictator? – sjonge, wij durven wel! Nou ja, oké, je zou hem inderdaad een dictator kunnen noemen, maar dat moest ook wel, want hoe houdt je anders vijf stammen bij elkaar? Toen ik het er even later nog even met onze reisleider over had, gaf hij toe dat de echte democratie in Marokko pas met zijn zoon Mohammed VI is gekomen.

We nemen afscheid van de holbewoners en lopen door het schitterende dorpje terug naar onze busjes. De mevrouw die op de heenweg al met haar rode afwasteil met schone vaat en grote groene fles afwasmiddel onder de arm met een andere vrouw stond te kleppen, komt zojuist van de wasplaats lopen. De bak met borden balanceert op haar hoofd. Niet zo behendig als ik het wel vrouwen zuidelijker in Afrika heb zien doen. Voor de zekerheid houdt ze het teiltje met één hand vast.