Recente verhalen

Nieks busje is steengoed

nieks-busje1Omg. Karakol – Kirgizië

Het automobiel dat vandaag tot onze beschikking staat heeft een uur geleden de verharde weg verlaten. Meer dan dertig jaar geleden heeft het de fabriek verlaten. Op de voorkant van de afgedankte legerbus prijkt een V-vormige embleem met de Russische letters ‘УAЗ’ (UAZ). Ze staan voor Ulyianovsky Avtomobilny Zavod, de befaamde autofabriek van Ulianovsk
Niet alleen het plaatwerk, ook het chassis van het donkergroene koekblik zit vol ingelaste stukken. De deuren, voor zover ze niet zijn dichtgelast, zijn alleen nog open krijgen door ergens binnenin op de tast aan een stang te trekken.
De bank achterin is een losse plank die aan één kant rust op een grote jerrycan: de geïmproviseerde benzinetank. Onderuit de jerrycan loopt een slangetje over de vloer naar achteren. Al snel blijkt dat de benzinetank los op de bodem staat. Om de tien minuten moeten we even in de benen om de jerrycan en de plank weer op zijn plek te duwen. Op mijn vraag hoe oud het busje is, tekent Niek op de voorruit de denkbeeldige cijfers 1 9 7 5.

We hebben een auto met chauffeur gehuurd en het is de bedoeling dat we vandaag wat van het platteland van Kirgizië te zien krijgen. Niek heeft voor vertrek uitvoerig uit de doeken gedaan wat de plannen zijn, maar het probleem is dat hij geen woord Engels spreekt – zo je wilt: dat wij geen woord Kirgizisch spreken. Dat Niek voor ons onbegrijpelijke klanken produceert, is voor hem geen reden om zijn mond te houden – integendeel, zo lijkt het.
Waarschijnlijk hebben we tijdens Nieks onbegrijpelijke uitleg een paar keer te vaak ja geknikt, want nadat we in Ak-Suu rechtsaf zijn geslagen en vervolgens tientallen kilometers over sintelpaden en door sompig gras hebben gereden, staan we opeens voor een rivier. Er stroomt nauwelijks water tussen de reusachtige keien door, maar in de winter zal het er hier ongetwijfeld anders uit zien.
               ‘Arashan River,’ zegt Niek.
Voor ons strekt zich een onafzienbare goot met grote keien uit: een meter of zes breed met aan weerskanten steile, met lage struiken begroeide, rotsen. Waar een normaal mens (met een normale auto) nu rechtsomkeer zou maken, duwt en trekt Niek met veel geweld een paar versnellingshandels heen en weer en onder een oorverdovend geloei van de motor kruipen we over de stenen naar het midden van de rivierbedding.
                ‘Hij is toch niet van plan…’
Ik hoef de zin niet af te maken want Niek wijst glunderend naar de hoge naaldbomen in de verte en nestelt zich nog eens extra stevig achter het grote groene stuurwiel. Terwijl hij, boven het lawaai van de getergde motor uit, onverstaanbare woorden schreeuwt, stuurt onze chauffeur de vierwiel-aangedreven bus over de rotsblokken. Keien ter grootte van een nachtkastje worden langzaam bestegen en steeds als ik denk dat we zullen omtuimelen kantelt het hoogbenige monster weer met veel gekraak de goede kant op. De overbrenging giert alsof je met een flex een trottoirtegel in tweeën zaagt.
Soms hellen we zo ver voor- of achterover dat we automatisch naar de andere kant hangen om tegengewicht te geven – op deze manier is het ondoenlijk om de tank en de plank op zijn plaats te houden. Niek lacht zich slap en regelmatig schiet het stuurwiel hem met een onverwachte ruk uit de handen. Hoewel hij zijn hele lichaam nodig heeft om dit Russische wonder op wielen in het gareel te houden kletst hij nog steeds voor het vaderland weg.
De bus klapt een paar keer ongenadig hard op de keien en regelmatig klinkt en voelt het onder mijn voeten alsof er losse stangen tegen de bodem slaan. Het kan niet anders of binnen een paar minuten breekt er iets waardoor we hier in the middle of nowhere stranden. Tot nu toe heb ik langs de rivierbedding weinig praatpalen gezien, bovendien betwijfel ik of Niek zijn ANWB-pasje bij zich heeft.
Jelly heeft al een paar keer geroepen dat de benzinetank aan haar kant steeds verder naar voren schuift.
               ‘Straks knapt het slangetje onderaan de tank!’
Als ik Niek op het euvel attendeer, spreekt hij eindelijk twee woorden die we kunnen verstaan: ‘no problem!

Na twee uur hobbelen over de acht kilometer rivierbedding komen we bij de Altyn Arashan-vallei waar Niek meteen de bus in het plotseling opdoemende grasland parkeert. Pas als we naast het busje staan, krijgen we oog voor de schitterende omgeving. Kraakhelder en in bijna onnatuurlijk groene tinten tekent de meer dan vier kilometer hoge Pit Palatka zich af tegen een al even overdreven blauw gekleurde lucht. Het felgroene gras en de naaldbomen doen bij vlagen Zwitsers aan, al zijn de bergen grilliger en is het landschap minder liefelijk. Milka-koeien zien we al helemaal niet, maar des te meer paarden. In de verte staat een tent.
Als we de heuvel oplopen komt ons een man op een paard tegemoet rijden. Voor hem, op een dikke deken, zit een peuter. Het ventje is goed ingepakt, op zijn hoofd eenzelfde wollen muts waarmee ik als kind op een foto sta. De man houdt even halt, maar veel verder dan een vriendelijke wederzijdse begroeting, komen we niet. Dan rijden vader en zoon maar verder.
Bij de tent zijn alleen maar drie kinderen om ons te begroeten. Er staan paarden aan een pen in de grond, maar verder is er niemand thuis. Vader en moeder zijn met het vee in de bergen, gebaren de kinderen. Gezinnen als deze wonen ‘s winters in Karakol en in de zomermaanden trekken ze met hun vee door de bergen.

Bij de auto staat Niek te zwaaien ten teken dat we weer verder moeten. Terwijl we naar het busje lopen, maakt hij ons duidelijk dat hij voor de terugreis een alternatieve route heeft bedacht. We zijn benieuwd.
We volgen eerst weer de rivier, maar straks zal het beter worden, zo is ons al tien keer beloofd. ‘Better, better!‘ zegt Niek steeds. Elke keer wappert hij daarbij met zijn handen in de richting van de nu nog onzichtbare, geplaveide weg die straks voor ons is weggelegd. Na een uurtje verlaten we inderdaad de rivierbedding. Tot aan Skibaza rijden we alleen maar over hobbelig grasland, waarna we pas aan het einde van de middag weer op de verharde weg komen. Een uurtje later worden we bij ons hotel afgezet.