Recente verhalen

Muzimuzi

Trinidad – Cuba

In Trinidad logeren we in een Casa Particulare. De ligging van het oude huis aan een zijstraatje van de Plaza Mayor kan niet beter, en ook met ons gastgezin hebben we het getroffen: allemaal zijn ze even aardig. Met vader en moeder is alleen in ons moeizame Spaans te communiceren, maar zoon Douglas spreekt gelukkig een beetje Engels.
Net als alle andere vertrekken van het huis, ligt onze slaapkamer aan de binnenplaats. Ook voor de deur van onze kamer loopt de smalle, rood betegelde strook die als een ringweg langs de vertrekken leidt. De overkapping die nog net tot boven het rode pad reikt, kwam goed van pas bij de tropische bui die een halfuurtje geleden naar beneden kwam.
Dat ik de helft van de gezinsleden nog niet heb genoemd komt omdat ze zich nog niet of nauwelijks hebben vertoond: dochter Giselle, ook een vriendelijk meisje zo lijkt het, dat, in tegenstelling tot haar broer, zich niet geroepen voelt praatjes met de gasten te maken; verder schijnt zich ergens achter de coulissen een opa op te houden. En tot slot – zojuist heeft hij zich voor het eerst in onze kamer gewaagd – is daar nog Muzimuzi, wat ons betreft de leukste bewoner van onze Casa Particulare. Zoals alle jonge poesjes is het twee maanden oude katje om op te vreten en gelukkig niet bij ons weg te slaan. Inmiddels duikt hij vanaf ons bed in een grote boog pardoes op de kop in een van onze rugzakken waaruit hij vervolgens, met zijn kopje net boven de rand uit, onze slaapkamer afspeurt naar het volgende object dat hij zou kunnen verkennen.
Zowel Douglas als zijn moeder hebben een paar pro forma pogingen gedaan om het beestje de toegang tot onze slaapkamer te verbieden, maar dan moet je als kattenopvoeder wel op de medewerking van je gasten kunnen rekenen. De opluchting was op het gezicht van moeder af te lezen toen we haar vertelden dat we thuis ook een paar, bij vlagen zeer ondernemende, gatos hebben. We hebben het nog niet gezegd of Muzimuzi racet opnieuw zonder vaart te minderen vanaf de binnenplaats onze slaapkamer binnen.
            ‘What’s his name?‘ vroeg ik eerder aan Douglas.
            ‘Muzimuzi,‘ zei Douglas.
            ‘Muzimuzi?
            ‘Yes, in Cuba every cat is called Muzimuzi.‘           

Terwijl we ons juist op de kamer hadden teruggetrokken om ons niet te opdringerig in het gezin te manifesteren, krijg ik steeds meer de indruk dat ze het vreemd vinden dat we ons niet vertonen. Douglas is langs geweest om de paspoorten terug te geven en Douglas heeft geïnformeerd wanneer we willen eten, en nu staat Douglas weer in de deuropening.
            ‘Excuse me, would you like to have a drink?
En zo ja, of we dan leuk op het binnenplaatsje komen zitten? Douglas wijst uitnodigend naar de schommelstoelen die ze – zo zag ik vanaf mijn luie bed – na de bui meteen hebben afgedroogd. Vanzelfsprekend verhuizen we naar buiten. Bovendien, zo stelt Douglas voor, als we om zeven uur aan tafel gaan, zouden we mooi om zes uur de specialiteit van zijn vader kunnen proberen: canchánchara, het drankje van Trinidad. Vader is nu met andere dingen bezig, maar straks zal hij de presentatie van deze specialité de la maison voor zijn rekening nemen.           

Jelly en ik hebben beide bezitgenomen van een schommelstoel en op het tafeltje tussen ons in prijken inmiddels een biertje en een witte wijn.
Het leven in het gezin komt relaxed over. Iedereen doet iets, maar niemand wekt de indruk dat hij of zij het er druk mee heeft. Naast ons dekt Giselle de tafel. Moeder Conchita is in de keuken in de weer, en vader Rodolfo hangt de onderbroeken die hij bij het gootsteentje heeft gewassen aan het lijntje boven ons zitje.
Een sleutelrol bij de inrichting van het binnenplaatsje is weggelegd voor twee Cubaanse meubelstukken bij uitstek: de schommelstoelen waarin wij, onder het genot van onze drankjes, zitten te genieten. Elke stoel bestaat uit twee ovale, metalen hoepels met daartussen een zitting en een rugleuning gelast. Eenvoudiger kan het niet.
De schommelstoel is zo verweven met Cuba dat er in het land veel bijgeloof aan verbonden is. We vragen Douglas of het klopt wat we zojuist in de reisgids hebben gelezen. Douglas knikt, het is waar dat Cubanen nooit een lege schommelstoel in beweging zullen zetten, het haalt de dood in huis.

Even later blijkt dat niet alleen onbezette, schommelende stoelen dood en verderf zaaien. In dit huis blijken vooral bezette stoelen levensgevaarlijk te zijn.
            ‘That rocking chair killed his brother,‘ zegt Douglas.
Hij wijst op Jelly’s schommelstoel en het speelse poesje dat onvermoeibaar om ons heen dartelt. Douglas kijkt zeer spijtig als hij vertelt welke tragische rol de stoel heeft gespeeld.
Een paar weken geleden waren de poesjes nog met zijn tweeën. Totdat Douglas – relaxed schommelend in dezelfde stoel waarin mijn vrouw haar wijntje zit te drinken – vanonder zijn lichtelijk stagnerende stoel iets hoorde kraken en piepen. Om een verdrietig verhaal zo kort mogelijk te maken: toen was er alleen nog maar Muzimuzi. Deze Muzimuzi, moet ik zeggen.
Plotseling zitten we als versteend in onze schommelstoelen. Een paar seconden geleden zaten we nog te swingen dat het een lust was, maar opeens durven we ons niet meer te verroeren. Verstijfd kijken we om ons heen waar Muzimuzi uithangt, alvorens we voorzichtig vooroverbuigen om ons glas neer te zetten.

Dan meldt Douglas dat de cocktails in aantocht zijn. Muzimuzi heeft zojuist langdurig een dikke kakkerlak gemarteld en vindt het nu tijd voor een ander spelletje. Uitdagend rent hij daarbij om onze stoelen heen. Terwijl we het beestje geen seconde uit het oog verliezen, hellen we voorzichtig voorover als we de drankjes, volgens traditie in kleine aardewerken bekertjes, krijgen aangereikt – de borrel van vader Rodolfo is een mix van aguardiente (een van suikerriet gestookte brandy), limoen, honing en water. Ondanks mijn vooroordelen tegen cocktails kan ik niet anders zeggen dan dat de canchánchara uitstekend smaakt.
We zitten te lezen en te schrijven en onopgemerkt observeer ik ons gastgezin in al zijn doen en laten. Nadat we vader met zijn brouwsel hadden gecomplimenteerd, kwam hij algauw onze mokjes voor de derde keer bijvullen. Dit zijn momenten om te koesteren, maar de aardigheid van het schommelen is er voor ons een beetje af.

Even later komt Douglas zeggen dat we aan tafel kunnen. Voorzichtig staan we op uit onze schommelstoelen – maar niet voordat we de hele binnenplaats hebben afgespeurd om te ontdekken waar Muzimuzi uithangt.