Verhalen 2019

Linksom of rechtsom

Pangandaran – Indonesië

Het bountystrandje aan de overkant van de baai lijkt ideaal voor het doel van deze morgen: he-le-maal niets doen. Oké, we moeten er nog even zien te komen, maar daarna is het lezen, bruinen, weer even lezen, en nog een poosje bruinen – op zo’n manier.
We stoppen wat eterij en een fles water in de rugzak. De handdoeken moeten mee, geld, boekjes, petje. We gaan.

Kleine motorboten onderhouden een continue veerdienst tussen onze kant en de overkant: smalle bootjes, gestabiliseerd door twee holle bamboebuizen aan weerszijden. We stappen op de eerste de beste af. De eigenaar blijkt een enorme kletsmajoor – wat dat betreft is hij anders dan de Indonesiërs die we tot dusver hebben ontmoet.
            ‘Sorry I do not speak English so little. What is your name?
We zeggen onze naam en vragen naar de prijs.
Nadat we een bedrag zijn overeengekomen stappen we behoedzaam in het wiebelende bootje. Als we hebben plaatsgenomen, is het opeens niet zo wiebelig meer. We leggen zoveel gewicht in de schaal dat we meteen muurvast aan de grond zitten.
            ‘No problem‘, roept de praatjesmaker onverminderd enthousiast.
Als vorsten zitten we achter elkaar in het bootje te wachten op de dingen die gebeuren gaan, maar voorlopig zijn dat er niet zo veel. Met alle macht probeert onze schipper de zaak vlot te duwen. Zelfs met behulp van een collega lukt het hem niet. Het valt me op dat hij opeens aanzienlijk minder spraakzaam is. We hebben al twee keer aangeboden om uit te stappen, maar dat is zijn eer te na.
            ‘Oh, no! No problem. We wait wave.
We gaan wachten op een golf. Hij heeft zich duidelijk op ons gewicht verkeken. Tien minuten en verscheidene golven later zitten we vaster in het zand weggezakt dan toen we instapten. Inmiddels staan er vijf mensen achter het bootje. Ze wrikken en duwen zich een hernia, maar krijgen de zaak niet vlot. Alle mannen hijgen als een paard en vegen het zweet van hun voorhoofd. Als ik mijn aanbod om uit te stappen herhaal, knikken ze alle vijf van ja: ‘Oh, yes. Thank you!‘ Met zijn allen trekken we de boot uit het zand.
Nadat we een eindje verderop opnieuw aan boord zijn geklauterd, gaat de lange stang met de schroef in het water en scheuren we weg. We varen amper of hij begint weer: ‘I speak not English so little. I am so sorry.‘ Ik laat hem maar kletsen, ik heb moeite genoeg om mijn camera droog te houden als we door de branding varen.
Afgezien van de vertraagde start, is het geld voor de veerman snel verdiend. Vijf minuten nadat we zijn vlot getrokken schuift de boot aan de overkant het steile strand op.

Als we onze handdoeken op het zand uitspreiden, staat er meteen een man naast ons.
            ‘You buy snack, you want drink?
            ‘No, thank you.
Hoe vaak zou ik het in het buitenland hebben gezegd: ‘no, thank you,’ en hoe vaak zal ik het nog zeggen? De man laat zich niet gemakkelijk afpoeieren.
            ‘You want …
            ‘No, thank you, eh… Tidak. Terima kasih.
Dat helpt, al kijkt hij heel verdrietig.
            ‘Perhaps later?
            ‘Yes,‘ zeg ik. ‘Perhaps later.
Dat is stom. Perhaps later werkt wel als je langs de mandarijnen op de markt in Bandung loopt en als je direct daarna in de bus stapt. Hier werkt het niet. De snackverkoper installeert zich met zijn aluminium kist met chips, pinda’s en blikjes naast ons. En nu maar wachten tot het perhaps later wordt.
We doen net of hij er niet is. Het is wel sneu, maar aan de andere kant kun je hem moeilijk als een hond wegjagen. Waarschijnlijk waren we sneller van hem af geweest als we gewoon twee zakjes chips hadden gekocht, maar dat kan nu niet meer: uw ja zal ja zijn, en uw neen neen. Als we even later onze meegebrachte koekjes en de fles water uit onze rugzak halen, staat hij op en loopt hij verder.

Ik heb me met opzet zo op mijn handdoek geïnstalleerd dat ik, gezien de stand van de zon, het komende uur steeds meer schaduw zou moeten krijgen van de bomen naast me. Merkwaardig genoeg lig ik echter na een kwartier weer in de zon. Ik verkas opnieuw, en verdorie: nog geen halfuur later lig ik opnieuw in de brandende zon. Dan realiseer ik me wat er aan de hand is – onnozel dat het me vandaag voor het eerst opvalt: een week geleden hebben we op Sumatra de evenaar gekruist en sindsdien ‘draait de zon de andere kant op’. Weliswaar staat hij in Indonesië zo hoog aan de hemel dat hij wel een verticale boog, maar nauwelijks een horizontale cirkel maakt, maar toch is het een verrassende ontdekking.
Niet alleen de zon, ook het water in het afvoerputje schijnt nu de ‘andere kant om’ te draaien: bij ons met de klok mee, op het zuidelijk halfrond in tegengestelde richting. Ik neem me voor om vanavond in het hotel te kijken of de draaikolk van het weglopende water in onze wastafel inderdaad linksom wegloopt. De uitslag is voor wat het waard is, er zijn in onze badkamer in Susan’s Guesthouse meer dingen die je anders zou verwachten.

Bovenstaand verhaal is een fragment uit De brommer met bami – Sumatra, Java & Bali