Oudere verhalen

Het lunchtrommeltje

Bombay – Indiabij-het-lunchtrommeltje

Voor ik ‘s morgens de deur uit ga, gooi ik een plastic zakje in mijn koffertje met boterhammen die ik tegelijk met het ontbijt heb gesmeerd. Op mijn werk haal ik er een kop koffie of soep bij en daarmee is mijn dagelijkse lunch geregeld.
In India neemt men ‘s morgens uitgebreid de tijd om een lekker pittige hap te nuttigen – en uiteraard staat ook ‘s avonds de curry weer klaar – maar het probleem zit hem in de lunch. Waar haal je op je kantoor op de twaalfde verdieping zo snel een warme maaltijd vandaan?

De NUTAN MUMBAI TIFFIN BOX SUPPLIERS CHARITY TRUST is in het gat in de markt gesprongen. Dagelijks bezorgen een kleine 5000 zogenaamde dabbawallahs bij zo’n 200.000 mensen een warme lunch op hun werkplek. En wel tussen 12.45 uur en 13.00 uur precies. Moet kunnen, zou je zeggen: een kwestie van organiseren. Maar hoe gewoon is het dat die lunch meestal door een hobbykok ergens op het platteland speciaal naar de wens van de klant is gemaakt en dat de klant hem in zijn eigen trommeltje op zijn bureau krijgt afgeleverd? En dat de lunch van de volgende dag weer in datzelfde bakje wordt bezorgd?
Het lunchdistributiesysteem dat 120 jaar geleden door een slimme zakenman in Bombay werd ontwikkeld, kan met recht sensationeel worden genoemd. Het unieke zit hem in de nauwkeurigheid. Alle lunchbakjes worden elke dag precies op tijd afgeleverd en nooit is er één verkeerd bezorgd. Hoewel – we moeten de zaak niet mooier voorstellen dan hij is. Onderzoek heeft aangetoond dat de lunches niet in honderd procent van de gevallen goed terecht komen: één op elke zes miljoen te bezorgen maaltijden komt niet aan. De nauwkeurigheid is daarmee niet 100, maar 99,9999999 procent.
De lunchservice is ontstaan omdat de Engelsen een alternatief wilden voor de eeuwige Indiase curry’s. Tegenwoordig zijn de klanten juist Indiërs die wars zijn van het westerse fast food dat in Bombay op elke straathoek te koop is. Het zijn meestal particulieren die een centje bijverdienen met het bereiden van een Indiase maaltijd, compleet met chapati’s en sausjes – of een enkele keer een pastagerecht voor de jongere, meer westers georiënteerde generatie.
Elke dag worden vroeg in de morgen in duizenden huizen de maaltijden klaargemaakt. Op dat moment hebben de dabbawallahs zich al over Bombay en omstreken verspreid om op adressen tot dertig kilometer buiten de stad de lunches te verzamelen. Als de mannen de lunch bij de thuiskoks hebben afgehaald, fietsen of lopen ze ermee naar het dichtstbijzijnde station, waar ze de trein nemen naar of het Victoria Station, of het eveneens centraal gelegen Churchgate Station. Bij de stations staan mannen die alle tassen sorteren op bestemming en ze in routes groeperen. Vervolgens begint de volgende koerier – op een fiets met daaraan tientallen tasjes en containers – aan het laatste traject.

We staan op het brede trottoir tegenover het Churchgate Station te kijken hoe de ene lunchkoerier na de andere met honderden tassen tegelijk komt aanzetten. Op brede handkarren of op lange rekken die ze boven het hoofd dragen. De gerechten zitten meestal verpakt in een tasje of een rugzakje, of in speciale maaltijdemmertjes met drie verdiepingen, tiffins genaamd.
De dabbawallahs, die altijd te herkennen zijn aan een wit overhemd en een witte muts, rennen kriskras door elkaar heen, hier een tas achterlatend en daar juist eentje wegpakkend. De blikken flitsen over de tassen. Steeds worden een paar apart gezet of alvast aan het stuur van een fiets gehangen.
Het ingenieuze van dit ‘wonder van Bombay’ zit hem in de codering. Een simpele combinatie van letters en cijfers bevat alle informatie met betrekking tot de herkomst, het tussenstation en de eindbestemming. Op een rode tas lees ik: A7-M15/2A4. Hoewel het merendeel van de dabbawallahs analfabeet is, wordt bij het aflezen van de codes nooit één fout gemaakt.
In de middag wordt het hele logistieke proces in omgekeerde volgorde uitgevoerd zodat de tassen en de emmertjes weer bij de thuiskoks komen waar ze worden afgewassen en de volgende morgen weer gevuld met een nieuw gerecht aan de koeriers meegeven.
Als zijn fiets is volgehangen en de tassen opnieuw zijn gecontroleerd, verdwijnt weer een man met een witte muts in het drukke verkeer. We zijn niet de enige toeristen die foto’s staan te maken, maar de dabbawallahs laten zich niet van de wijs brengen. Ik probeer zo weinig mogelijk in de weg te lopen. Het is bijna twaalf uur, over drie kwartier moeten de lunchboxen bij de klanten op het bureau staan. Bovendien wil ik niet voor de komende weken die ene misser op de zes miljoen op mijn geweten hebben.