Verhalen 2019

Helena

Ilha de Mozambique – Mozambique

Op mijn rondje om het huis kom ik bij een kleine camping. Nergens ook maar één tent of camper te bekennen, maar op het bordje staat duidelijk camping.
Een vrouw van mijn leeftijd, iets jonger misschien, komt al aangelopen. Ze gaat op het bankje tegen de gevel zitten en gebaart dat ik naast haar moet plaatsnemen.
We noemen onze namen, waarna Helena in vloeiend Engels vertelt dat ze een camping runt. Ze vraagt waarom wij zo gek zijn geweest om op het eiland in het dure Omuhipiti Hotel te gaan zitten, terwijl we voor een fractie van hun prijs bij haar een tenthuisje hadden kunnen huren. Ik gooi het maar op de reisorganisatie en zeg dat ik bovendien de tijd van overnachtingen op luchtbedden heb gehad. Alle bezwaren worden weggewimpeld. Ze heeft grote tenten met, specially for you, Jan, een echt bed en een echt matras.

Ik vraag of ik een foto van haar mag maken, maar daar is geen sprake van. Punt één heeft ze nog niet gedoucht en punt twee is ze op haar leeftijd geen schim meer van wat ze 35 jaar geleden was. Ik lanceer nog wat platitudes: ‘dat het ons allemaal zo vergaat’ en ‘dat elke leeftijd zijn bekoring heeft’ en dat soort onzin, maar Helena is stellig. Nee, als ik het vroeger had gevraagd toen ze nog model was… Model?
Ze vertelt over de tijd dat ze als topmodel in Brazilië de kost verdiende. Ik kijk haar verbaasd aan. Niet eens omdat ik in haar pafferige gezicht niet meer het model van weleer herken, maar eerder omdat ik me afvraag hoe een topmodel uit Brazilië op een verlaten campinkje aan de kust van Mozambique verzeild raakt. Ze pakt me bij de hand, trekt me van het bankje overeind en neemt me mee naar binnen naar een donkere hoek van wat een kantine moet voorstellen. Ze pakt een ingelijste foto van de schrootjeswand en drukt hem me onder de neus.
               ‘That’s me, when I was eighteen.
We gaan met de foto weer op het bankje zitten. Op de vergeelde zwart-wit prent zie ik een slanke beauty met zwart haar tot op de kont over een catwalk lopen. Het publiek aan haar voeten kijkt op naar de schoonheid en applaudisseert. Ik kijk naar Helena. Het lange zwarte haar is een plukkerig kapsel geworden met een mislukte, gelukkig bijna uitgegroeide, kastanjerode spoeling. Haar omvang is met de loop der jaren fors toegenomen – al komt dat in de beste families voor.

Mijn vrouw heeft me inmiddels opgespoord en is erbij komen zitten – heb ik net een fotomodel op de kop getikt, word ik alweer in de gaten gehouden. Terwijl ze de foto ook aan Jelly laat zien vertelt Helena verder over de tijden van weleer.
En hoe oud ik denk dat ze is. Ik gok vleiend op vijftig. Het gaat maar net goed: ze is 51 – hoezo ‘iets jonger misschien’ dan ik ben? Vervolgens komt de hele familie aan bod: een dochter van 33, een echtgenoot die ze al in Brazilië aan de dijk heeft gezet, en nog een zoon die nu dertien is. Of dochter en zoon van verschillende vaders zijn, vraag ik.
                ‘Yes, of course!
Op mijn vraag of ze dan nu met de vader van het zoontje hier in Mozambique woont, kijkt ze me aan alsof ik de banaalste opmerking maak die je kunt bedenken. Ze is hier vijftien jaar geleden terecht gekomen zonder man en voor geen goud zal ze er ooit weer eentje willen hebben. Er zit zoveel gif in haar stem dat ik in de lach schiet. Alsof ik eventjes de plaatsvervangende zondebok voor het hele mannelijke geslacht ben, houdt ze een bezwerende vinger onder mijn neus omhoog.
               ‘I am a revolutionary woman. No man will ever tell me what to do in my life!
               Men are no good and the men in Mozambique are no good at all!
Zo. Waarvan akte, en had u verder nog vragen? Helena lust de kerels wel rauw.
Terwijl ze door ratelt bereken ik dat ze een jaar of 18 moet zijn geweest toen ze haar dochter kreeg en dat de foto die tussen ons in op het bankje ligt weleens de laatste foto zou kunnen zijn die er van topmodel Helena is gemaakt. Het komt erop neer dat ze met de eerste man in haar leven meteen haar carrière om zeep heeft geholpen – beetje inconsequent om als ex-fotomodel te beweren dat mannen nergens voor deugen, maar vooruit, zo heb ik nu ook opvattingen die ik op mijn achttiende niet had.
Verder vraag ik me af hoe ze zonder man – twee jaar nadat ze in haar uppie in Mozambique aankwam – nog een zoon heeft gekregen, maar tijd voor vragen is er niet meer. Onze reisleider heeft zich al twee keer luidkeels afgevraagd of iemand Jan en Jelly heeft gezien. We zeggen dat we weer verder moeten en nemen afscheid. Als we opstaan pakt ze me bij de arm. Zonder dat ik er weer over was begonnen zegt ze: ‘You want to take a picture?

Ze trekt haar paars-met-bruine jurk strak, strijkt een hand door haar mislukte coupe en weet niet waar ze kijken moet als ik de foto maak. Meteen nadat ik heb afgedrukt heb ik al weinig hoop op een geslaagd portret van het voormalige Braziliaanse topmodel, en inderdaad: de foto van Helena miste elke expressie.
               ‘Goodbye. Next time we come to Ilha de Mozambique, we will stay at your camping site!
               ’Okay Jan,‘ zegt ze, ‘Goodbye and have a nice trip!
Okay, Jan, zegt ze. Een halfuur geleden heb ik één keer mijn naam gezegd, en ze weet het nog precies. Het kan haast niet anders: ik denk dat ik die ene uitzondering ben in het leven van deze sympathieke mannenhater.