Verhalen 2019

Fiat 124

Cairo – Egypte

Zelfs vijftig jaar gelden barstte de gemiddelde auto al van de snufjes die je helemaal niet nodig hebt: binnen- en buitenspiegels, ruitenwissers, ingewikkelde mechanieken om ramen open en dicht te draaien. Allemaal overbodige luxe. Snelheidsmeters (die we toen ‘kilometertellers’ noemden) – niemand is geïnteresseerd in jouw snelheid. In Cairo zelfs de politie niet.
Ik heb het over onze oude Peugeots en Fiats die onder andere in Egypte een tweede leven als taxi lijden – de in Nederland afgeschreven exemplaren die destijds massaal naar Noord-Afrika werden geëxporteerd.

Onze chauffeur Mahmoud zegt dat zijn Fiat 124 vijfenveertig jaar oud is. Kan wel kloppen: begin jaren zeventig, je had toen ook het grotere broertje de 125. De 124’s werden later de, in het toenmalige ‘Oostblok’ niet uit het straatbeeld weg te denken, Lada’s. Originele Fiats 124 zullen er in Nederland niet veel meer rondrijden, maar je hoeft in Cairo maar om je heen te kijken en je weet waar ze zijn gebleven.
De binnenspiegel is bij het plafond afgebroken en in de enige buitenspiegel die de auto rijk is, zit geen glas. Waar ooit twee ruitenwissers hebben gezeten steken, op het verweerde strookje carrosserie tussen motorkap en voorruit, twee verroeste stangetjes hun hulpeloze armpjes omhoog – niet zo’n probleem aangezien het in deze contreien zelden regent. Hetzelfde geldt voor de voorste zijramen die niet meer omhoog gedraaid kunnen worden, als ze überhaupt nog ergens in de deuren hangen. Alle keren dat ik de afgelopen weken in Egypte in een taxi heb gezeten, had ik het zo warm dat ik blij was dat de ramen wagenwijd open stonden. Beter dus dat ze niet omhoog kunnen dan dat ze niet naar beneden zouden kunnen, en zo denkt Mahmoud er ook over: hij heeft zijn hele arm buitenboord hangen.
Waar ooit meters en schakelaars in het dashboard hebben gezeten kijk je in gapende gaten waaruit soms een draadje bungelt. De beschermkappen om de stuurkolom zijn verdwenen, evenals de ventilatieroosters, de knop op de versnellingspook en het middenpaneel van het stuurwiel met bijbehorende claxon. Het handeltje van de richtingaanwijzer zit er wel, maar ik heb Mahmoud hem nog niet zien gebruiken.
Ook de grote taximeter voor mijn neus doet het niet. Te oordelen naar de verweerde voorplaat en het nauwelijks meer zichtbare, roestige telwerk is het instrument niet gisteren defect geraakt. Ik las in een reisgids het naïeve advies aan de toerist om bij elke taxirit van de, bij voorbaat onbetrouwbare, chauffeur te eisen dat hij de meter aanzet. Onzin: ik heb nog nooit een taxichauffeur meegemaakt die zich niet houdt aan een van tevoren afgesproken bedrag – maar dan moet je dus wel eerst een prijs afspreken. Als we vandaag aan het advies gehoor hadden gegeven, hadden we vanavond nog geen ‘vertrouwde taxi’ gehad.

Mahmoud vertelt dat de auto eerst de taxi van zijn vader was. Graag had hij me verteld hoeveel kilometer vader en zoon inmiddels met de auto hebben gereden, maar helaas doet de kilometerteller het niet meer. Mahmoud wijst naar de langgerekte snelheidsmeter boven het stuur, waarvan de ranke naald onveranderlijk op 0 km/uur hangt. Wel weet hij dat er in de vijfendertig jaar dat ze de auto hebben, elke dag, zeven dagen per week, tussen de 100 en 150 km mee is gereden.
Even rekenen. Stel, de auto is in Nederland van een oud vrouwtje geweest en zij heeft in die tien jaar 150.000 km gereden. Daarna nog eens 35 jaar x 365 dagen x 125 km. We rijden dus in een Fiat 124 met ruim anderhalf miljoen kilometers op de teller – als die nog zou werken.
Het oude vrouwtje in Nederland zal zuinig op haar mooie Fiat zijn geweest; hoe vader met de auto omging, weet ik niet; maar dat Mahmoud zijn taxi vertroetelt, kan ik niet zeggen. Onze goedlachse en stevig gebouwde chauffeur lijkt me ook niet het type dat onmiddellijk onrustig wordt van elk haperend geluidje uit de ingewanden van zijn Fiat: hij straalt een zorgeloze vriendelijkheid uit. Elke keer als hij zich aan het stuur optrekt om zich wat beter op de gebroken veren van zijn stoel te nestelen, ben ik bang dat we het op onze taxirit door het hectische Cairo, ook nog zonder stuurwiel moeten doen. Overigens ben ik ervan overtuigd dat Mahmoud zich ook met een dergelijk mankement zou weten te redden.