Oudere verhalen

Do not try this at home

Vietnam – Ho Chi Minh-stad

Om van ons hotel midden in het oude Saigon naar de Cholon-markt in de Chinese wijk te komen hadden we twee fietstaxi’s genomen.
Het was beter geweest als we aan de overkant waren afgezet. Van weerskanten trekt een brede band van auto’s, brommers en fietsers traag maar vastberaden voor ons langs.Terwijl Jelly’s fietser de groezelige biljetjes nog in zijn broekzak propt, wijst de mijne naar het grote, gele gebouw aan de overkant: ‘Cholon,’ zegt hij. Daarna hijsen de mannen zich weer in het zadel van hun cyclo en rijden ze langzaam weg, de voetgangers langs de kant afspeurend op klandizie. Wij moeten alleen nog even aan de overkant zien te komen.
Gelukkig hebben we het doorkruisen van een dergelijke, nooit aflatende, stroom verkeer al ruimschoots in Hanoi kunnen oefenen. Laten we eens kijken of de beproefde methode ook hier in Ho Chi Minh-stad werkt.
Het aloude advies dat ons allemaal vanaf de geboorte is ingeprent om bij het oversteken vooral goed uit te kijken, werkt bij een dergelijke kamikazeactie juist averechts. De daarbij gehanteerde slogan ‘eerst naar links kijken en dan naar rechts’ – een lijfspreuk die mij als puber tijdens mijn eerste bezoek aan Engeland bijna noodlottig werd – slaat, los van het feit of in het land rechts of links gereden wordt, in Azië al helemaal nergens op.
Het oversteken van wegen met dit soort verkeersstromen werkt in Vietnam als volgt: in het eerste het beste gaatje dat zich aandient, stap je langzaam, vastberaden en voor iedereen duidelijk zichtbaar, de rijbaan op. Vervolgens loop je, zonder in te houden of te versnellen, in een rechte lijn naar de overkant. Onderweg aarzelen, of nog erger: teruglopen, is dodelijk.
Een absolute voorwaarde om levend de eindstreep te halen, is dat je nooit, maar dan ook nooit opzij kijkt. Zodra je oogcontact krijgt met een naderende bromfietser, ben je verloren. Als iemand ziet dat jij hem ziet, gaat hij door en zul jij aan de kant moeten. Het vereist enige oefening en de eerste keren heb je de neiging vanuit je ooghoeken toch stiekem in de gaten te houden wat er links of rechts van je gebeurt. Een begrijpelijk mechanisme, maar neem van mij aan dat je nooit zult worden aangereden – behalve als de man op de brommer ziet dat jij ziet dat hij als voorrang hebbende partij in aantocht is.
Verder is het belangrijk dat je nergens op reageert. Als iemand claxonneert of belt, is het bedoeld om jou naar hem te laten kijken. Bezwijk niet voor die verleiding, aangezien het gevolg zal zijn dat hij recht op je inrijdt. Om je heen zul je brommers horen remmen of hoor je ze juist extra gas geven om voor je langs te kunnen gaan, maar blijf met de blik op de grond gericht stug doorstappen. Groot is de euforie als je het huzarenstukje hebt volbracht, het moment dat voor je schoenen de stoeprand van de overkant in beeld verschijnt.
We wagen het erop. Vastberaden marcheren we naar de overkant.
Als we heelhuids het trottoir voor het grote gebouw van de Cholon-markt opstappen kijken we, langs het beschermengeltje, triomfantelijk en opgelucht over onze schouder achterom.

NB: De schrijver dezes accepteert geen enkele verantwoordelijkheid m.b.t. een onverhoopt onsuccesvolle afloop van bovenstaand experiment. Waarvan akte.