Recente verhalen

Avond over Lombok

Lombok – Indonesië

Manusje-van-alles Ali heeft vanmiddag urenlang met een vlijmscherp mes in de schitterende bossen rode crotons om zich heen geslagen. Daarna moesten ook de meeste dieffenbachia’s eraan geloven. Onkruid dus, al zijn het wel onze dure kamerplanten, en wel in afmetingen waar de Intratuin jaloers op zou zijn – niet in potten of bloembakken, of in keurig bijgehouden perkjes, maar gewoon in het wild: tiengebodenplanten, yucca’s, gatenplanten, aronskelken, en dus ook dieffenbachia’s en crotons – al zullen dat er, als het aan Ali ligt, wel snel minder worden.
Op de veranda van onze simpele twee-onder-één-kap zitten we te genieten van het paradijs aan onze voeten. De huisjes van het Wisma Soedjono Resort zijn tegen een heuvel gebouwd en kijken uit op een oase aan prachtige bomen en planten: palmen, bananenstruiken en avocadobomen – de nog onrijpe vruchten hangen binnen handbereik. Enorme brugmansia’s met rode, gele of witte trompetten.
Tegen de balustrade groeien stekels met prachtige rode bloemen. Ik weet de Nederlandse naam uit mijn hoofd, omdat ze vroeger bij ons thuis in de vensterbank stonden: dit is onmiskenbaar de Christusdoorn. Dat de planten onhandelbaar waren, bleek uit hun verdrietige status op onze vensterbank. Mede hierdoor waarschijnlijk, bekroop me als klein kind altijd een onbehaaglijk gevoel als ik me verbeeldde dat mijn Heiland zijn laatste uren moet hebben doorstaan met een paar van onze ellendige kamerplanten op zijn hoofd. In tegenstelling tot de armetierige stronken die in mijn ouderlijk huis stonden te verpieteren, tiert deze doornhaag welig. Over de balustrade hangen trossen knalrode bloemen die ik bij ons thuis nog nooit heb gezien.
In het dal staan muskaat- en kruidnagelbomen en vanille-orchideeën. Een paar keer per dag komen vrouwen langs met kruidnagels, nootmuskaatbollen en vanillestokjes. Vogels vliegen af en aan naar de kluwen betelnoten die zich een paar meter onder de kruin van de palmboom hebben gevormd. Er zal lekker veel ongedierte in zitten. De stam van de boom naast onze veranda is begroeid met hertshoorns en andere varens. Evenals de reusachtige boom naast het restaurant is het volgens Ali een rite.

Zo moet het paradijs er uit hebben gezien – en ook hier spant het onheil boven het perfecte plaatje samen: aan de aanvankelijk lichtblauwe hemel veranderen steeds meer witte wolkjes in inktzwarte koppen.
De geluiden van de avond zijn nog even niet te horen, omdat de moskeeën in en rondom Tetebatu nog steeds door elkaar heen jammeren. In de geluidsbrij zijn ze moeilijk te onderscheiden, maar het zijn er zeker drie: allemaal op dezelfde geluidssterkte en ook allemaal aan één stuk door. Je zou zeggen dat zelfs moslims hier wel gek van moeten worden. Elke avond weer – vijf keer op een dag zelfs. Inmiddels duurt de kakofonie een uur; misschien dat er vanavond vanwege de ramadan een halfuurtje extra voor wordt uitgetrokken. Nadat er een paar zijn gestopt is er één volhouder die nog een poosje doorgaat. Als ook deze laatste muezzin zwijgt, valt er een bijna beklemmende stilte waarin weldra de bekende avondgeluiden zich een plekje veroveren.

Ik blader door mijn boekje waarin ik altijd op de eerste pagina’s een printje van het reisprogramma plak: voordat we Lombok definitief achter ons laten, staan er ons op het eiland nog twee attracties te wachten: Taman Narmada, en het beroemdste heiligdom van Lombok, de Lingsar-tempel. Beide liggen op de route naar Pemenang vanwaar we de boot nemen naar een van de Gili-eilanden. Onze reisorganisatie heeft er gelukkig niet voor gekozen om, met de enorme toeristenstroom mee, naar het toeristische, en dus overvolle Gili Trawangan te gaan. Wij zullen de komende dagen verblijven op het middelste van de drie eilanden voor de noordkust van Lombok: Gili Meno (zie laatste 3 foto’s hieronder).